
Wet overbrenging consignatiekas naar de Nederlandsche Bank
Artikel 8
[1.] Een voorkeursrecht, voortspruitende uit het bezit van een der krachtens deze wet in bewaring gegeven stukken, maakt de Nederlandsche Bank te gelde.
[2.] De wettelijke vertegenwoordiger zal echter bevoegd zijn de bewijzen tot uitoefening van het voorkeursrecht uit de bewaarneming terug te nemen, indien hij, uiterlijk op den derden dag vóór dien waarop het voorkeursrecht vervalt of met goedvinden van de Nederlandsche Bank op een later tijdstip, eene beschikking van den in artikel 5, lid 2, bedoelden kantonrechter overlegt, houdende toestemming tot afgifte van het stuk, waarmede het voorkeursrecht wordt uitgeoefend. De kantonrechter beslist zonder hoogere voorziening.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.